Balkenbrij

Balkenbrij is een recept uit vroegere tijden. Oorspronkelijk werd dit gerecht veel gemaakt op boerderijen, omdat je het goedkoop en in grote hoeveelheden van de resten van het slachtvlees kon maken. Traditioneel at men de balkenbrij in de winter en dan met name in november.

balkenbrij boekweitDit was namelijk de slachtmaand op de boerderijen waardoor er voldoende slachtvlees over was om dit gerecht te kunnen maken. Er bestaan talloze regionale varianten op dit gerecht.

In Limburg bestaat de traditie de balkenbrij met bloed klaar te maken, terwijl in Brabant weer de variant met uitgebakken spek op tafel stond.

De meeste mensen maakten de balkenbrij met rommelkruid. Dit is een mengsel van een aantal kruiden zoals peper, nootmuskaat, kruidnagelpoeder en anijszaad. Maar ook hiervoor geldt dat het mengsel per regio erg kan verschillen, want rommelkruid komt ook voor met bijvoorbeeld zoethoutwortel, gemberpoeder, suiker en foelie.

Tegenwoordig
Vandaag de dag gebruik je geen slachtafval meer voor balkenbrij, maar varkensvlees en spek. Rommelkruid is bijna niet meer te verkrijgen. Je kunt het nog bestellen via het internet, maar in dit recept vind je kruiden terug die je makkelijk in de supermarkt kunt krijgen en waarmee je je eigen rommelkruid kunt maken. Maar ontdek vooral zelf welk kruidenmengsel je het lekkerste vindt! Je bakt de balkenbrij in de koekenpan en eet het in plakken van ongeveer 1 cm dik. Het is heerlijk op brood met gelei of stroop.

Recept Balkenbrij

Ingredi├źnten (voor 4 personen)

  • 250 gram boekweitmeel
  • 1 liter water
  • 100 gram vet spek
  • 500 gram varkensvlees zoals poulet hart, lever, nier, gehakt
  • tijm
  • laurier
  • nootmuskaat
  • kruidnagel
  • peper
  • zout

Bereiding
Kook het water in een grote pan en voeg daar het vlees en spek aan toe. Breng het geheel aan de kook en voeg de kruiden er aan toe. Laat dit mengsel een uur koken. Haal het vlees uit de pan en laat dit afkoelen. Snij het vlees in kleine stukjes. Of maal het in een vleesmolen. Giet de overgebleven bouillon door een zeef.

Voeg aan 1/3 deel van de gezeefde bouillon en de boekweitmeel toe, en roer dit al kokend tot een glad beslag. Breng de overige bouillon met het gesneden vlees ook weer aan de kook en voeg daar rustig al roerend het boekweitbeslag aan toe. Laat dit opnieuw 15 minuten koken terwijl je blijft roeren tot de brij stijf is.

Doe vervolgens de balkenbrij in een met koud water omgespoelde kom en dit laat even afkoelen. Voldoende afgekoeld zet je hem een nacht in de koelkast. De volgende dag snijd je plakken van ongeveer 1 cm van de balkenbrij. Bak de plakken in een koekenpan met boter om en om totdat ze aan beide kanten bruin en knapperig zijn. Serveer de balkenbrij warm. Heerlijk op brood met (appel)stroop.